Culturele overdracht

Improvisatie 

Fragment uit het boek: "Uit het hoofd, een geschiedenis van de menselijke intelligentie" -  https://www.booksandbags.be/booksandbags/product/11  Merckx, Kris Uit het hoofd. Een geschiedenis van de menselijke intelligentie 2022 240 De werktuigen en technieken die de prehistorische mens bedacht dienden niet enkel om het werk te verlichten maar ook om onze hersenarbeid te verminderen. Het schrift ontlastte de belastingcontroleurs in het Oude Egypte van heel wat geheugenwerk. In het oude Babylon bedacht men indexeringstechnieken om tussen de massa kleitabletten informatie snel terug te kunnen vinden. We halen ook tegenwoordig letterlijk de data en het denkwerk uit het hoofd. 0Welk voordeel biedt het ons evolutionair gezien om informatie te kunnen onthouden? Hoe onthouden we informatie zowel in als ?uit het hoofd?? Waarom verzamelen grote techbedrijven zoals Google en Facebook massa's data? Hoe komt het dat 90 procent van alle data die de mens ooit produceerde stamt uit het laatste decennium? 0Intelligentie kan je niet meten in IQ. Intelligentie heeft te maken met informatieverwerking, met waarneming, maar ook met groepsgedrag. Op bepaalde momenten in de menselijke geschiedenis is de herseninhoud niet toe- maar afgenomen. Hoe komt dit? Bepaalt de grootte van de hersenen de intelligentie? Zal kunstmatige intelligentie in de toekomst of is dat nu al zo? ons denkvermogen overnemen? 00Kris Merckx is historicus, actief als webontwikkelaar en auteur van tientallen boeken. Hij is docent multimedia en websiteontwikkeling aan de Universitaire Campus Leuven-Hasselt. Hij doet daar onder meer onderzoek naar augmented reality en brain computer interfaces. Bepaalt de grootte van de hersenen de intelligentie? Zal kunstmatige intelligentie in de toekomst of is dat nu al zo? ons denkvermogen overnemen? 00Kris Merckx is historicus, actief als webontwikkelaar en auteur van tientallen boeken.

Onderzoekers als Cosmides, Pinker en Tooby stellen dat dieren beschikken over ‘domeinspecifieke intelligentie’. Mensen zouden daarentegen beschikken over ‘ improvisatie-intelligentie’, waardoor we kunnen improviseren in nieuwe leefomgevingen. Ons vermogen tot leren en taal zijn daarbij versterkende factoren. Die hypothese gaat uit van de veronderstelling dat brede algemene problemen moeilijker zijn op te lossen dan specifieke problemen. Om een wat dom voorbeeld te geven: het is moeilijker om een oorlog op te lossen dan een konijn te vangen. Cosmides en Tooby stellen het als volgt:

‘…op het eerste gezicht lijken er slechts twee biologisch mogelijke keuzes te zijn voor geëvolueerde geesten: ofwel algemene onbekwaamheid, ofwel smalle bekwaamheden.’

Volgens deze onderzoekers zou alleen de mens in staat zijn tot het maken van oorzaak-gevolgredeneringen om besluiten te nemen en oplossingen te bedenken. Het zou de mens in staat hebben gesteld om specifieke wapens te bedenken (een val, speer, boog, boomerang…). De oplossingen en/of uitvindingen worden in het hoofd bedacht en vervolgens getest en verfijnd door feedback.Feedback kan je aan jezelf geven, als het werktuig of wapen niet helemaal doet wat het beoogt te doen. Ook anderen kunnen aanpassingen of verfijningen aanbrengen. Je zal verderop lezen dat leren niet exclusief menselijk is. Zelfs een simpele worm als C. elegans is in staat tot het leggen van associatieve verbanden. Naar alle waarschijnlijkheid is de mens inderdaad beter in plannen, causaal redeneren en mentaal denken dan de meeste andere diersoorten. De vraag of deze hypothese voldoet om ons schijnbare unieke leervermogen te verklaren, is niet echt zeker. De stelling onderschat eveneens het belang van de culturele niche.

Culturele overdracht

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Inuit#/media/Bestand:Inuit-Kleidung_1.jpg

De levenswijze van de Inuit vormt een sterk bewijs dat menselijke aanpassing zonder cultuur niet mogelijk zou zijn. Niemand, ook Einstein niet, zou er in slagen om het een jaar lang uit te houden in de extreme leefomgeving waar de Inuit hun dagen slijten (of sleten). Hun kleding vormt een prachtig voorbeeld van overgeërfde culturele kennis. De klokvorm van de parka’s die ze dragen, houdt de warmte vast, maar laat tegelijkertijd vocht verdampen. De strook bont langs de rand van de kap maakt het een stuk makkelijker om rijp te verwijderen. Omdat er geen bomen voorhanden zijn, hakten de Arctische volkeren lampen uit zeepsteen en ze vulden die met gesmolten zeehondenvet. De lamp had een lange lont van mos die geen roet produceerde in hun iglo’s. Ze bedachten eveneens kajaks, hondensleeën en zonnebrillen. Dergelijke inventiviteit bedenk je niet in je eentje, telkens weer opnieuw. Zelfs Elon Musk of Edison waren meesters in het leentjebuur spelen.

Cultureel onaangepast

Bron Wikipedia: Het bericht over het lot van de expeditie van Franklin werd in mei 1859 door M'Clintock gevonden in een hoop stenen op King William Island

De Brit John Franklin, een ervaren poolreiziger, vertrok op expeditie in 1845 om de noordkust van Noord-Amerika te verkennen. Hij selecteerde een uitgekiende bemanning en was voorzien van een voedselvoorraad voor drie jaar. De expeditieleden brachten de daaropvolgende winter door op King William Island, maar kwamen vast te zitten in het ijs. Ze probeerden te voet te ontsnappen toen het voedsel opraakte, maar vreselijk genoeg kwam iedereen om het leven. De Netsilik-Inuit, die op het eiland leefden, overleefden er echter zonder al te veel problemen, al bijna een millennium.
John Franklin (15 april 1786 – 11 juni 1847) was een Britse marineofficier en ontdekkingsreiziger. Hij was Schout bij nacht van de Britse marine. Tijdens zijn laatste expeditie naar het noordpoolgebied kwamen zijn schepen vast te zitten in het poolijs van de Noordwestelijke Doorvaart die hij in kaart had willen brengen. Het team is nooit aangekomen. De volledige bemanning kwam om. Franklin is gouverneur van Tasmanië geweest. Hij was lid van de Royal Geographical Society. (Bron: Wikipedia)

Een ander sterk bewijs voor culturele overdracht vormt het ‘verlies van kennis’. In 1861 en 1863 overwinterden de ontdekkingsreizigers Elisha Kane en Isaac Hayes bij een groep Inuit. Vreemd genoeg gebruiken die geen kajaks. Hun iglo’s waren niet voorzien van de typische lange ingangen, die de warmte binnenhouden. Omdat ze geen pijl en boog hadden, konden ze niet op kariboes jagen en ze leken ook niet te weten hoe ze efficiënt forel konden vangen. Blijkbaar was de bevolking veertig jaar eerder getroffen door een epidemie waardoor veel oudere, ‘wijze’ groepsleden waren overleden. Zoals het de gewoonte was, waren hun bezittingen samen met hen begraven. De resterende leden herinnerden zich wel het gebruik van pijl, boog en kajak, maar wisten niet hoe ze die moesten maken.

Innovatie

Improviserende intelligentie en cultureel leren sluiten elkaar niet uit. Zodra iemand een innovatie ontwikkelt, kunnen anderen door imitatie of onderricht die kennis en vaardigheden snel en makkelijk verwerven. Innovaties stapelen zich op en dit leidt tot accumulatie van kennis. Leren gaat echter verder dan alleen maar imiteren (lees: spieken). Leerlingen vergelijken leraren en leren selectief van leraren die het meest succesvol lijken. Door informatie te verwerven van meerdere (gespecialiseerde) leraren, kunnen leerlingen de informatie opnieuw combineren. Hierdoor ontstaan weer nieuwe innovaties en stapelen complexe culturele aanpassingen zich op.

Innovatie verloopt stapsgewijs. Het is makkelijker om kleine verbeteringen aan te brengen dan grote. Het is dus veel moeilijker om in één keer een perfecte boog te ontwikkelen, dan kleine verbeteringen aan te brengen. Verbeteringen hangen vaak ook af van omgevingsfactoren: in sommige situaties kan een lange boog effectiever zijn dan een korte brede boog. Culturele soorten daarentegen kunnen van anderen leren hoe zij bogen moeten maken, nadat die door ervaring zijn verbeterd. ‘Grote inzichten’ zijn vaak het resultaat van gelukkige toevalligheden of het opnieuw combineren van elementen uit verschillende technologische tradities. Zelden zijn ze het resultaat van het denkwerk van het eenzame, creatieve genie. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor mensen als Edison en Elon Musk.

Je cultuur leren

Henrich onderscheidt meerdere domeinen van ‘cultureel leren’:

  • voedselvoorkeuren en benodigde hoeveelheden;
  • partnerkeuze (wie kiezen we en waarom?);
  • economische strategieën (waarin investeren we om te overleven);
  • functies en gebruik van gereedschappen;
  • zelfmoord (beslissing en methode);
  • technologie;
  • betekenis van woorden en taal;
  • categorieën (‘gevaarlijke dieren’, ‘giftige planten’);
  • overtuigingen (goden, ziektekiemen, enzovoort);
  • sociale normen (taboes, rituelen, fooien);
  • normen voor beloning en straf;
  • sociale motivaties (altruïsme, eerlijkheid…);
  • zelfregulering;
  • het vormen van oordelen.

Leraars en leerlingen

Wie zijn onze leraren? Als je naar school gaat, dan heb je meestal niet de keuze om die zelf te kiezen. Toch zal een leerling of student snel een onderscheid maken tussen wie hij ziet als een goede of slechte leraar. Bovendien kunnen er ook individuele verschillen opduiken. Wat de ene persoon ziet als een goede leraar, geldt niet automatisch voor de andere. Uiteraard blijft leren niet beperkt tot de schoolbanken. Leren doen we voortdurend, ons leven lang. Ook in samenlevingen waar geen uitgewerkt schoolsysteem bestond (het grootste deel van de menselijke geschiedenis), leerden mensen van elkaar. Daar draait het in de culturele evolutie trouwens allemaal om. Laat ons het begrip ‘leraar’ daarom niet te eng betrekken op een strikte schoolcontext. Ook popartiesten, kunstenaars, modeontwerpers, YouTube-influencers… gelden als leraren. Maar ook vrienden die bijzonder goed zijn in allerlei skatetechnieken, sporters, een tv-kok. Ieder van ons kiest eigen rolmodellen om leergedrag aan te spiegelen. Bij de selectie van onze rolmodellen letten we (bewust of onbewust) op een aantal signalen: betrouwbaarheid, competenties, geluk, gezondheid, leeftijd, prestige, succes, trots, vaardigheden, vertrouwen…, maar ook op gelijkenissen met onszelf, zoals geslacht, ras, subcultuur, taal, temperament…

‘Dergelijke signalen stellen hen in staat zich te richten op die mensen die waarschijnlijk over informatie beschikken die de overlevings- en voortplantingskansen van de lerende zal vergroten.’ – Henrich,  The Secret of Our Success

Bij jager-verzamelaars gelden de jagers die het efficiëntst en snelst de meeste prooidieren kunnen uitschakelen, als het succesvolst. Uiteraard letten ‘leerlingen’ daarbij vooral op de specifieke vaardigheden die nodig zijn om succesvol te zijn, zoals boogschieten of speerwerpen. Leerlingen imiteren automatisch en vaak onbewust de personen van wie ze denken heel wat vaardigheden of kennis te kunnen leren.

Volgens veel antropologen is de verdeling van taken tussen mannen en vrouwen (jagen is bijvoorbeeld een typische mannenaangelegenheid) honderdduizenden jaren oud. Het is dan ook niet ongewoon (ik spreek voor alle duidelijkheid geen oordeel of vooroordeel uit) dat ‘leerlingen’ gedrag en vaardigheden willen kopiëren van mensen van hetzelfde biologische geslacht. Er is voldoende bewijs uit psychologisch onderzoek dat zowel jongeren als volwassenen, onbewust de voorkeur geven aan rolmodellen van hetzelfde biologische geslacht. Recent fMRI-onderzoek van de hersenwetenschapper Elisabeth Reynolds Losin kon dit overtuigend aantonen in experimentele situaties.

Bij het afwegen van vaardigheden en leeftijd lijken kinderen competenties voorrang te geven op leeftijd. Als ze het onbewuste gevoel hebben dat jongeren over meer vaardigheden beschikken op bepaalde terreinen, dan geven zij de voorkeur aan het leren van leeftijdsgenoten in plaats van hun oudere leraren.

De neiging om de succesvollen te imiteren leidt tot de verspreiding van eigenschappen die verband houden met succes. Als je ziet dat de boog van je buur verder schiet dan die van jou, dan kijk je wat er anders is aan die boog. De boog kan bijvoorbeeld iets dikker zijn en een andere vlecht gebruiken om de pees vast te maken. Je probeert dan al die aanpassingen over te nemen, al maakt in werkelijkheid alleen die vlecht het verschil. Uit onderzoek blijkt dat zelfs zuigelingen in nieuwe situaties vaak het gedrag van volwassenen met kennis imiteren in plaats van het gedrag van hun moeder. Dit suggereert dat individuen en gemeenschappen vaak gedrag overnemen, terwijl ander gedrag efficiënter of beter zou zijn. Kinderen oefenen gedrag van volwassenen. Ze spelen met autootjes, poppen of zelfs… oorlog met speelgoedwapens.

Onderzoek heeft aangetoond dat mensen vaak niet weten waarom ze bepaald gedrag vertonen of bepaalde technieken gebruiken. Henrich verwijst naar het gebruik van chilipepers in traditionele vleesgerechten in Zuid-Amerika. Zulke pepers bevatten capsaïcine, een chemische afweerstof die moet voorkomen dat knaagdieren de vruchten opeten. Maar de pepers hebben ook antimicrobiële eigenschappen. Indianenvolkeren leerden op de juiste manier chilipepers te integreren in hun gerechten zonder de precieze ‘beschermende’ functie ervan te begrijpen. In het dieet van de Fiji-eilanden komen veel zeedieren voor die giftige stoffen bevatten. Vooral voor zwangere vrouwen zijn die stoffen gevaarlijk. Taboes verbieden de vrouwen om die gerechten te eten tijdens en na de zwangerschap. Zelf weten ze echter niet waarom ze die gerechten niet mogen eten op dat moment. De voedseltaboes worden geleerd, maar niet de verklaring ervoor.

Boyer stelt dat vooroordelen op die manier gedurende vele generaties in stand worden gehouden. Dit kan de verspreiding van bovennatuurlijke ideeën verklaren en het voorkomen van volksverhalen over geesten, weerwolven, zombies…

Volgende pagina