Kleurenwiel: bekopt
Het prisma van Newton
Lange tijd dacht men dat kleuren een resultaat waren van de vermenging van licht en donker. Rood was daarin de lichtste kleur, blauw de donkerste. Isaac Newton ontdekte in de 17e eeuw het zichtbare spectrum van licht. Met het klassieke prisma-experiment toonde hij aan dat wit licht is samengesteld uit verschillende kleuren. Hij bracht deze kleuren in kaart in een schema als het eerste kleurenwiel. Hij ontdekte eveneens dat secundaire kleurenkunnen worden gemaakt door de vermenging van primaire kleuren.
Goethes "theorie der kleuren"
De dichter en romanschrijver Johann Wolfgang von Goethe begon in de vroege negentiende eeuw met zijn eigen kleurexperimenten. Zijn ervaring als schilder en kunstenaar leidde tot een fascinatie voor kleurverschijnselen die veel leek op die van Newton. Hij was het echter grondig oneens met Newtons idee dat duisternis slechts de afwezigheid van licht was. In plaats daarvan hield hij vol dat duisternis een actief ingrediënt was in de productie van kleur.
Kleurruimte
De Amerikaanse schilder Alfred Munsell belichtte twee andere aspecten van kleur in het begin van de 20e eeuw.
- Chroma (verzadiging): de zuiverheid of intensiteit van de kleur.
- Kleurwaarde (helderheid): lichtheid of donkerheid van de kleur.
Munsell definieerde een 3D-kleurruimte (color space):
-
Chroma als X-as
- Kleurwaarde als y-as
- Tint als z-as.
Hij definieerde ook een gestandaardiseerde manier om de kleuren binnen die ruimte te noteren. Een precieze kleur kan worden weergegeven door de specifieke coördinaten ervan te benoemen. Bijvoorbeeld, 5PB 5/1 verwijst naar Paars-Blauw 5 met een waarde van 5 en een verzadiging van 1. Deze "kleurruimte" wordt nog steeds gebruikt, niet alleen voor kunstonderwijs, zoals Munsell had bedoeld, maar ook binnen de optica en kleurenwiskunde.